Wanneer een supermarktmanager stelt dat hij zelfstandig en autonoom beslissingen mag nemen binnen zijn filiaal, mag van hem worden verwacht dat hij dat ook transparant kan verantwoorden. In de communicatie met Albert Heijn Dalem blijkt echter precies het tegenovergestelde: zodra ongemakkelijke vragen worden gesteld of wanneer een verzoek wordt gedaan dat niet in hun communicatiestrategie past, verschuilt men zich achter beleid waarvan niemand precies wil zeggen wie het bepaalt.
Dat patroon komt glashelder naar voren in de recente uitwisseling tussen mij en de filiaalmanager van AH Dalem.
Volgens zijn eigen verklaring heeft de supermarktmanager zelf besloten om een actie rond hulp voor Oekraïne in de winkel toe te staan. Daarmee erkent hij dat:
Toch werd mijn verzoek om een – duidelijk afgebakende en vooraf aangekondigde – vreedzame actie rondom maatschappelijke en politieke stellingname categorisch afgewezen. De motivatie: het zou “niet zijn toegestaan” en er zou “geen toestemming worden verleend voor acties in of rondom de winkel.”
Dat is een opmerkelijke draai. De ene actie mag – zelfs wanneer deze direct politiek of maatschappelijk geladen is – en wordt intern gedragen. De andere actie wordt geweigerd, niet omdat deze gevaarlijk of ontwrichtend zou zijn, maar omdat deze niet past binnen het gewenste imago of narratief.
In het persoonlijke gesprek werd gesuggereerd dat de filiaalmanager de eindverantwoordelijke is en een ruime mate van discretionaire bevoegdheid heeft. Maar zodra er schriftelijke bevestiging werd gevraagd, werd deze lijn abrupt losgelaten. Dan verschuift de toon van persoonlijk leiderschap naar corporate stilzwijgen.
Het wijst op een duidelijke realiteit:
De manager mag alleen autonoom zijn zolang zijn keuzes passen binnen de communicatierichtlijnen van het concern.
Wanneer er sprake kan zijn van ongewenste publiciteit, wordt direct ingegrepen.
De communicatieafdeling van Albert Heijn staat erom bekend zeer risicomijdend te opereren. Acties die mogelijk kritiek, politiek debat of media-aandacht genereren, worden op voorhand geblokkeerd. Niet op basis van inhoud of redelijkheid, maar puur op basis van reputatierisico.
Met andere woorden:
De vrijheid die de supermarktmanager claimt, bestaat alleen wanneer deze het concern geen problemen oplevert.
In zijn reactie wordt verwezen naar “ontstane commotie” als reden om mijn actie te weren. Maar deze commotie ontstond niet door mijn initiatief; deze ontstond omdat Albert Heijn vanuit selectief handelen ruimte bood aan één politiek-maatschappelijk narratief, maar weigerde ruimte aan een ander.
Het probleem is dus hun eigen inconsequente beleid.
En dat maakt de argumentatie niet alleen zwak, maar feitelijk onhoudbaar:
In alle drie scenario's blijkt dat de communicatie niet klopt en dat de supermarktmanager niet transparant kan of mag zijn over de werkelijke beweegredenen.
Mijn initiatief wordt niet geweigerd om logistieke redenen.
Niet om veiligheidsredenen.
Niet om praktische of wettelijke redenen.
Het wordt geweigerd omdat mijn politieke of maatschappelijke perspectief niet aansluit op de sentimenten die Albert Heijn zonder risico durft te ondersteunen.
Dit is een vorm van selectieve neutraliteit:
AH presenteert zich als politiek neutraal, maar kiest in de praktijk welke maatschappelijke boodschappen wel en niet zichtbaar mogen zijn.
En dat is precies het probleem.
Supermarkten zijn publieke ruimtes waar commerciële, maatschappelijke en sociale interacties samenkomen. Wanneer een groot concern:
dan raakt dat aan een fundamenteler principe: de eerlijke toegang tot maatschappelijke ruimte en dialoog.
Een supermarkt hoeft geen politiek centrum te zijn.
Maar wanneer zij dat selectief wél is, en vervolgens weigert dit te erkennen, ontstaat een vorm van bevooroordeeld beleid die het publiek moet kunnen zien, begrijpen en – waar nodig – bevragen.
Omdat de kern van dit dossier niet gaat over één persoon maar over structureel beleid, zal ik de kwestie nu formeel verder oppakken richting Albert Heijn als organisatie. Dat begint met een schriftelijk verzoek aan het hoofdkantoor om een heldere, consistente en toetsbare toelichting op het gehanteerde beleid rondom externe acties in of rondom filialen. Daarbij zal ik specifiek vragen om:
Deze correspondentie zal ik – indien nodig – openbaar maken, zodat niet alleen ik, maar ook de lokale gemeenschap en betrokken klanten kunnen beoordelen of Albert Heijn consistent, transparant en neutraal handelt.
Mocht het hoofdkantoor blijven weigeren om duidelijkheid te verschaffen, dan overweeg ik een vooraf aangekondigde, volledig vreedzame en legitieme actie in de openbare ruimte buiten het terrein van de supermarkt. Uiteraard binnen de kaders van de wet en met correcte melding aan de gemeente. Een dergelijke actie dient niet ter confrontatie, maar ter onderstreping van het fundamentele punt: maatschappelijke dialoog mag niet selectief worden toegestaan of geblokkeerd op basis van reputatiecomfort.
Mijn inzet is en blijft hetzelfde: gelijke behandeling van maatschappelijke initiatieven, transparantie van beleid, en het doorbreken van een selectieve neutraliteit die nu vooral in het voordeel werkt van de boodschappen die Albert Heijn wél durft te omarmen.