Skip to main content

Hoe pluriform is het Nederlandse medialandschap écht?


In een gezonde democratie is het belangrijk dat er veel verschillende mediastemmen zijn. Zo krijgen burgers uiteenlopende perspectieven en kan macht worden gecontroleerd. In Nederland lijkt het aanbod van kranten, radio, tv en online nieuws groot, maar schijn bedriegt: bijna alle grote nieuwsmerken zijn in handen van een paar partijen. Dat maakt het medialandschap minder pluriform en kan eenzijdige communicatie in de hand werken.



Wie bezit onze media?

Het overgrote deel van de landelijke dagbladen, veel nieuwssites en commerciële radio- en televisiezenders valt onder slechts twee grote Belgische mediaconcerns:

UitgeverLand van hoofdkantoorBelangrijkste titels in Nederland
DPG Media (voorheen De Persgroep)BelgiëKranten: AD, de Volkskrant, Trouw, Het Parool, BN DeStem, Brabants Dagblad, Eindhovens Dagblad, De Gelderlander 
Online: NU.nl 
Tijdschriften: Donald Duck, Libelle, Margriet 
Radio/TV: Qmusic
MediahuisBelgiëKranten: NRC Handelsblad, De Telegraaf, Noordhollands Dagblad, De Gooi- en Eemlander, De Limburger, Leeuwarder Courant, Dagblad van het Noorden 
Overig: Metro (voorheen)
RTL NederlandLuxemburg/Frankrijk (RTL Group)RTL Nieuws, RTL Z, RTL4/5/7/8, Videoland
Talpa NetworkNederlandSBS6, Net5, Radio 538, Radio 10, Sky Radio, Juke, LINDA.

Bronnen:

Hoewel er dus veel verschillende merknamen zijn, is het eigendomslandschap sterk geconcentreerd.



Marktcijfers in vogelvlucht



Gevolgen voor pluriformiteit

    1. Weinig echte keuzevrijheid
      Titels lijken divers, maar achter de schermen komt een groot deel uit dezelfde “nieuwskeuken”. Artikelen en fotografie worden gedeeld en gestandaardiseerd.
    2. Minder lokale en onafhankelijke journalistiek
      Kostenbesparing en focus op winst leiden tot het sluiten van lokale redacties en minder verdieping buiten landelijke thema’s.
    3. Eenzijdige agenda’s
      Met weinig uitgevers is het makkelijker dat nieuwsselectie en prioriteiten gelijk gaan lopen. Dat beïnvloedt hoe het publieke debat wordt gevoerd.
    4. Hoge drempel voor nieuwe spelers
      Door schaalvoordelen en advertentiemacht van de concerns is toetreden voor nieuwe, onafhankelijke spelers lastig.



Publieke omroep als tegenwicht — maar niet zonder kritiek

De NPO is bedoeld als pluriform platform met een mix van omroepen (van BNNVARA tot EO en WNL). Toch is er kritiek op hoe de publieke omroep nieuws en correcties brengt.


Zo werd bij een vermeende Russische GPS-storing rond een vlucht van Ursula von der Leyen aanvankelijk duidelijk naar Rusland gewezen. Later bleek dat bewijs daarvoor ontbrak; de NOS publiceerde een correctie, maar niet zichtbaar in het oorspronkelijke bericht zelf, waardoor veel lezers die nuance misten.


Ook bij de Nord Stream-sabotage wezen veel media en politici in eerste instantie richting Rusland; zo suggereerde D66-politicus Jan Paternotte op sociale media Russische betrokkenheid. Later kwamen signalen dat ook een Oekraïense link mogelijk was, maar deze kregen veel minder zichtbare opvolging in zowel het publieke debat als de berichtgeving.


Dergelijke voorbeelden voeden de twijfel over hoe volledig en evenwichtig de publieke nieuwsvoorziening in de praktijk is, ook al is de NPO wettelijk verplicht tot neutraliteit.



Conclusie

Hoewel Nederland op papier veel verschillende mediamerken heeft, is de machtsstructuur zeer geconcentreerd. Twee Belgische concerns bepalen voor een groot deel wat Nederlanders lezen en zien, en ook de publieke omroep ligt onder een vergrootglas vanwege de manier waarop nuance en correcties worden gebracht. Dit betekent niet dat alle nieuwsvoorziening dezelfde richting kiest, maar wel dat de ruimte voor afwijkende stemmen en evenwichtige berichtgeving kwetsbaar is.