In deze uitgebreide reactie ontleden we een ingezonden bericht over het basisinkomen, waarin wordt gesteld dat dit “een misgelopen recht” is en al sinds de jaren zeventig had moeten bestaan. We leggen per argument uit waarom dit historisch, economisch en juridisch niet klopt, ondersteund door feitelijke bronnen en analyses. Dit artikel biedt een nuchtere, onderbouwde tegenreactie voor iedereen die het debat over bestaanszekerheid serieus wil voeren.
Naar aanleiding van onze kritiek op het basisinkomen ontvingen wij via het contactformulier onderstaande reactie van een lezer. In het kader van privacy is de naam geanonimiseerd.
Reactie van een lezer (geanonimiseerd)
“Beste mensen, hierbij een reactie op jullie kritiek op het basisinkomen. Ik ga er met gestrekt been in: Het basisinkomen is niets bijzonders, het is een recht en had er, gezien de enorm toegenomen industriele productiviteit eigenlijk al vanaf eind jaren zeventig moeten zijn. In elk geindustrialiseerd land.
Waarom? Omdat de technologie een erfenis is van ons allemaal, en niemand daarom het alleen recht op de vruchten hiervan kan opeisen. Toch hebben de mensen dit toegelaten en laten ze het verder toe. Ook in een tijd waarin AI en robots heel veel werk veel sneller en veel efficienter zullen gaan doen, blijven we vasthouden aan het (calivinistisch) ideaal van 100% betaalde werkgelenheid.
En dat denken zit diep, overal ter wereld hebben de mensen geleerd dat ze geen 'gratis geld' verdienen, omdat ze alleen hun 'dienst waardig' zijn. Het basisinkomen is dus geen gunst, maar een misgelopen recht. En dat zal steeds duidelijker gaan worden in de komende jaren, waarin de arbeidsmarkt zoals we die kennen onherkenbaar zal worden getransformeerd.
Bedankt voor jullie aandacht, vriendelijke groet, M.”
Een universeel basisinkomen wordt doorgaans gedefinieerd als een onvoorwaardelijk, individueel en periodiek inkomen voor alle burgers — los van arbeid, vermogen of inkomen. Dat is een idee, geen bestaand recht.
In geen enkel land ter wereld bestaat een volledig universeel, onvoorwaardelijk basisinkomen zoals voorstanders dat voorstellen.
Brazilië wordt vaak ten onrechte genoemd: de wet uit 2004 maakte een basisinkomen theoretisch mogelijk, maar wat uiteindelijk werd ingevoerd was Bolsa Família — een programma voor arme gezinnen, mét voorwaarden en inkomensgrenzen. Dat is géén basisinkomen.
Kortom: iets “een recht” noemen, maakt het nog geen recht. Het is een politieke wens, geen juridische realiteit.
Technologische vooruitgang ontstaat door een combinatie van:
Dat er publieke componenten zijn betekent niet dat iedere burger automatisch aanspraak heeft op een levenslang onvoorwaardelijk inkomen. Dat is een normatieve stelling, geen feit.
Historisch zien we dat technologie vooral leidt tot hogere productiviteit en hogere inkomens over tijd, niet tot het verdwijnen van inkomen voor de massa.
Elke industriële revolutie voorspelde “massaal banenverlies”, maar telkens bleek:
OESO, ILO en CPB laten zien dat automatisering banen verandert — niet afschaft. De claim dat arbeid “vooral door robots wordt vervangen” is een speculatieve toekomstprojectie, geen vastgesteld feit.
Werk is niet slechts een calvinistische norm:
Het begrip “misgelopen recht” is retorisch. Een recht is ofwel erkend en vastgelegd, of niet. Een “misgelopen recht” bestaat juridisch niet.
Veel aangehaalde voorbeelden gaan niet over echte basisinkomens. Het Finse “experiment” betrof:
De effecten op werkgelegenheid waren beperkt. Welzijn nam toe, maar dat bewijst niet dat een nationaal basisinkomen financieel of economisch haalbaar is.
De ingezonden reactie raakt wel reële kwesties:
Maar daaruit volgt niet automatisch dat een universeel basisinkomen:
De kern van de uitdagingen ligt in beter beleid, niet in het loslaten van het uitgangspunt dat mensen — waar mogelijk — zelf bijdragen aan de samenleving.
De reactie van M. is begrijpelijk vanuit idealisme, maar rust op onjuiste aannames:
We denken graag mee over verbeteringen aan het huidige systeem — maar wél op basis van feiten, haalbaarheid en economische realiteit.